Een magisch beleven
Door: Rita
Blijf op de hoogte en volg Rita
24 Augustus 2020 | Botswana, Nata
Wild kamperen
Lieve allemaal ,
Nadat ik uit de tent was gekropen en eens goed om me heen had gekeken constateerde ik dat alles onder het zand zat maar verder de schade van de storm reuze mee viel . Pauline antwoordde dat ze in bed bleef nadat ik haar riep en ik begon in alle rust en stilte aan de vette zanderige vaat die was blijven staan na onze vlucht. Gelukkig kwam er bijna kokend heet water uit de kraan en was het een fluitje van een cent. Ik ruimde de tent uit en brak hem af , ik rende en redderde en Ger mopperde dat ik niet zo met die zware spullen moest sjouwen.
Al met al stonden we klaar op de afgesproken tijd en reden naar het Kukonje Island dat in de Makgadikgadi-pannen in het noorden van Botswana lag. De pannen waren alles wat nog restte van wat ooit het grootste meer ( een oude binnen zee ) van Afrika was. Het gebied dat bijna onbewoond was door mensen bevatte één van de grootste zoutwater - pannen ter wereld en had de grote van Portugal. Wij kozen voor Kukonje Island een parel tussen de pannen van de toch al niet zo bekende zoutpannen waarvan Sowa Pan de grootste was.
Alleen de reis er naar toe was al een heel avontuur we reden over onverharde hellingen de auto liet zich moeilijk sturen door het hoge rulle zand en we schoven en tolden van links naar rechts en bijna rond . Langzaam veranderde het licht en het zonlicht schitterde over de enorme witte vlakte. De poortwachters post waar we ons moesten melden lag er verwaarloosd en verlaten bij en omdat het gebied niet altijd toegankelijk was door dat het onder water stond maar ook bij ogenschijnlijke droogte zeer gevaarlijk kon zijn , was het eigenlijk wel noodzaak om de poortwachter te vragen of het veilig was…..
Het avontuur lokte en we besloten langs de rand van de pan te blijven rijden en waagden ons niet op de enorme vlakte waar menig four wheel drive auto opgeslokt werd door het nog plaatselijke natte zand dat nauwelijks te onderscheiden was van het harde zout en verdween in bodemloze zinkgaten van gladde modder .
De witte zandduinen waren begroeid met een hard stekelige geel kleurige grassoort waar je zo bleek later gemakkelijk je benen aan open haalde. Statige baobab bomen stonden gebroederlijk naast kameeldoorn bomen en staarden over de vlakte waar warrel winden speelden met het witte zout . Ik ging op in het zalige niets , in een enorme uitgestrektheid werd ik overmand door een zalige eenzaamheid het voelde bijna gewichtsloos , geluidloos . De eindeloze gladde zoutvlakten, werden onderbroken door de "eilanden" die de betoverende continuïteit met onregelmatige tussenpozen doorbraken. Deze eilanden stegen iets meer dan een paar meter uit de pannen zelf, en waren over ongelooflijk lange afstanden te zien, en al duizenden jaren waren zij de wegwijzers van migratie, handel, cultuur en spiritualiteit.
Vanuit de pan reden we enkele meters omhoog naar het eiland waar ik het tentje opzette onder een reuze baobab boom. Nadat we wat gedronken hadden maakten Ger en ik een drie uur durende wandeling deels over het eiland en deels over de vlakte. Er viel geen levende ziel te bespeuren nog geen insect. Ik was in een andere wereld de pure onvruchtbaarheid, het desoriënterende gevoel van ruimte, de steeds veranderende skyline en zelfs de kromming van de aarde die men er kon waar nemen , maakten van tijd , ruimte en oneindigheid een ander begrip.
We dwaalden over de vlakte waar het droge zout knisperde onder onze schoenen , luisterden naar de stilte , ik klom dan ook regelmatig naar de top van het eiland om mijn richting te bepalen en om me te oriënteren ten opzichte van het bivak. Moe en dorstig arriveerden we weer bij de tent waar we eerst gezamenlijk een biertje dronken alvorens wij aan de voorbereidingen van het eenvoudige avondmaal begonnen dat bestond uit een eenpansgerecht van vlees , uien , knoflook , speciebonen, aardappelen en kruiden.
Terwijl de stoof hing te garen boven het vuur genoten wij van een prachtige zonsondergang aan een reeds knappend vuur. Nog geen tien minuten na zonsondergang was het nacht en koud. Rondom het vuur gezeten gestoken in fleece jacks en dons jassen nuttigde we de dampende stoof , na de maaltijd dronken we gemberlikeur en gooide regelmatig wat hout op het vuur. De nacht was betoverend , een wassende bijna volle maan rees op langs de baobab boom en zette het landschap in een blauwe gloed , we waren de enigste mensen op het eiland , vallende sterren flitsten in de blauwe nacht , enkel stilte , duinen gehuld in zacht krullend schaafsel , enkel zijn , een magisch beleven dat ik voor altijd opsloeg in mijn oorsprong.
Liefs Rita.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley